Een boom en een man

Er staat een boom die zich herinnert dat hij vorige lente
bloeide. Naast de boom staat een man die woorden kerft

in lichamen en daarbij zijn eigen lijf vergeet. Het ene kan niet
losstaan van het andere. Het is alsof de boom het lijf van de man,

het is alsof het lijf van de man de boom. Zoals de boom
vergeet dat zijn bladeren in de herfst vielen, 
zo herinnert

het lijf van de man zich dat woorden vluchtig zijn, ook al
staan ze in lichamen gegrift.