GEOOGST in maart 2017: Kristien Spooren, Monique Bol en Alex Gentjens

Door Koen Snyers & Zeghetmettekst GEOOGST in maart 2017: Kristien Spooren, Monique Bol en Alex Gentjens.

//

DIT IS EEN DAG WAAROP NIEMAND ZEGT DAT WE MOETEN GAAN SLAPEN

dit is een dag waarop niemand zegt dat we moeten gaan slapen. we passeren studenten die regenplassen fotograferen. ze kijken gefronst door de lenzen van hun professionele camera’s. de mens bezit een groot talent tot ontwikkelen.

ik zie een man in gedachten verzonken. er zijn geen redders, alleen eenden en wij die stilzwijgend onze gedachten in de modder rollen. we willen vlekken met rimpels worden in een meer dat daar eigenlijk te koud voor is.

de winter raast de krokussen achterna. er is het geluid van wilde bloedstromen. we vermommen onze lichamen in zwemkleding, ik sla een handdoek om mijn onzekerheid.

het water is ontroostbaar omdat ik wens dat mijn lijf een broekpak was. dat ik het aan een boom kon hangen, mijn tenen achter de ene tak, mijn armen zorgvuldig over een andere. en ik dan keek hoe het daar wiebelde.

we rennen. de bodem schrikt even hard als wij. we voelen geen water, jij zegt een muur van koude. we denken dat dat komt omdat onze benen verkleumen. ik wil dat de vijver mijn adem bevriest. het zand op de oever prikt aan onze voeten.

soms denk ik dat ik van het leven houd. we fietsen en smeren onze avonturen op boterhammen met bessenconfituur. en er is niemand die zegt dat we niet uit de pot mogen eten.

Kristien Spooren

//

FAMILIEPORTRET

je weet het al
hoe woorden smaken
hoe ze in de diepte anders klinken
dan je had verwacht: zout of zalvend
koppig, en dan weer wollig en verheven

vraag je vader hoeveel ze wegen
als de zon heel hoog hangt
en druppels blinken op je huid
en zie, je mond valt open door de kleur
van aaneengeregen klanken

volg de adem van je moeder
voed je met haar gulle prak
zolang het nodig is en tel dan nog
zevenhonderdzevenenzeventig
van haar glooiende strofen

leer van je grote zus
denk aan niets, laat alles borrelen
zwaai even met je vin
draai zeventig graden richting zuiden
en zwem kordaat – je eigen leven in

Monique Bol

//

OGEN DICHT

Kom maar niet meer thuis, je zou de kamers niet herkennen.
Het behang en alle meubels zijn verkleurd, de bloemen
zijn verwelkt. Ik durf ze bijna niet bij naam te noemen.
Als ik praat, verliezen zij hun blad. Wij moeten kleur bekennen.

De tijd is uit elkaar gevallen, een lint van wit satijn en licht
ontvouwt zich over jouw gezicht. Het mist mij allermeest.
Geluk is in zijn eeuwenoude staat nog nooit zo groot geweest
als nu. Het schijnt te dwalen in je huis. Ik doe je ogen dicht.

Het zal je wel zijn opgevallen: het regent warme woorden
in je huis. Het zijn je dochters en je zonen die je hoorde,
je jongste kind dat kauwend op zijn knuffel in zijn bedje ligt.

Het maanlicht is nog licht en broos, de geruchten doen hun ronde
in het dorp waar jij geboren bent, je metselt muren om de open wonden
heen en in de avonduren is er niemand die zich tot jou richt.

Alex Gentjens