Onder water

Het water verrimpelt en wij – we duiken. We
duiken onder, onder water kunnen we verdwijnen

tussen de plooien van elkaars huid. Of is het onder
de rimpels van het water? Het water verrimpelt

en wij – we zwemmen. We zwemmen over, over
tot waar de golven golven. Golven golven maar

tot waar ze breken, zo waarschuwde iemand ons
lang geleden. Wij breken niet, dachten we toen.

Onder water zien we waar we elkaar
overlappen, vouwen we onszelf tot wie we

willen zijn. Wacht maar
tot we boven water komen.

Het water verrimpelt en wij – we komen boven
water. Vanzelf drijven we boven, we zetten

onze voeten aan wal naast de stuurlui,
die daar altijd al stonden en niemand naast zich

dulden. We voelen aan onze huid, die onder water
verveld is tot de schubben van een vis: op het droge

aarden wij niet meer. Wacht maar
tot we weer onderduiken.